Waterbeheer
Bij de verenigingsavond van april was Jos Hoedeman te gast.
Hij begon zijn verhaal met verschillende plaatjes van wateren rond de Amazone. Er zitten grote verschillen tussen de gebieden ten noorden en ten zuiden van deze enorme rivier. Sommige rivierstelsels worden gevoed met water uit de berggebieden en zijn daardoor rijk aan mineralen. Andere delen van de rivier lopen door overstromingsgebieden met sterk wisselende waterhoogtes en weer andere zijn heel erg kleihoudend. De rivieren vertonen grote verschillen in hardheid en geleidbaarheid, omdat deze waarden sterk worden bepaald door de stoffen die in het water zijn opgelost. Al deze soorten water komen uiteindelijk samen in de Amazone, waar het vaak vele kilometers duurt voordat ze gemengd zijn.
In de natuur komen planten alleen voor op die plek waar de omstandigheden voor hun ideaal zijn, ze hebben dus allemaal hun "eigen" plaats. In ons aquarium zetten we allerlei planten bij elkaar die in de natuur nooit bij elkaar zouden staan. Vaak zijn het ook nog moerasplanten die op hun natuurlijke plek maar heel soms volledig onder water staan. Meestal staan ze een deel van het jaar alleen met hun voeten in het water en staan ze verder droog. Ze zien er dan ook heel anders uit dan hoe we ze uit ons aquarium kennen. Mossen komen in de natuur veelal voor in de buurt van watervallen of op andere vochtige plaatsen boven water. Gelukkig blijken veel planten heel tolerant, zodat we ze ook continu onder water kunnen houden.
Jos Hoedeman omschrijft aquariumhouden als "milieubeheer in het klein". Om die bak met moerasplanten en, in vergelijking met de natuur, hoge vis-dichtheid goed te kunnen houden, is het nodig om het water te schoon te maken. Bij plantenbakken en licht bevolkte bakken voldoet een gesloten systeem met een motorfilter goed. Bij zwaarder belaste aquaria is een biologisch filter een 'must'. In zo'n bioloog zitten een aantal compartimenten met materiaal waaraan zo veel mogelijk bacteriën zich kunnen vasthechten. Deze bacteriën breken de afvalstoffen van de bak af en zetten ze om in producten die de planten weer kunnen opnemen als voeding. In een motorfilter gebeurt dit op kleinere schaal ook, maar is het toch vooral de filterende werking van de filterinhoud die het water schoon moet houden. De biologische afbraak gebeurt dan vooral in de bodem, waar de meeste bacteriën te vinden zijn.
Planten zijn voor hun groei afhankelijk voor de toevoer van CO2. De koolstof (C) die hierin zit gebruiken zij om hun bladskelet aan te kunnen maken. De zuurstofmolecuul (O2) die hierbij overblijft geven ze af aan het water en daarvan kunnen onze vissen en ook de bacteriën weer leven. Toevoeging van CO2 aan het aquariumwater is begonnen in de jaren '70 van de vorige eeuw, eerst door het vergisten van suiker, later met behulp van drukcilinders. Als er te weinig vrije CO2 in het water zit en planten dus zonder koolstof dreigen te komen, dan wordt koolstof onttrokken aan andere verbindingen in het water; dit heet biogene ontkalking en is te zien aan kalkafzetting op de bladeren. Bij dit proces kan de pH-waarde van het water sterk stijgen.
Voor de omzetting van CO2 naar O2 is energie nodig. Dit haalt de plant uit licht. De omzetting verloopt optimaal bij een bepaalde temperatuur, een bepaalde hoeveelheid licht en een bepaalde hoeveelheid vrije CO2. Aan de hand van enkele proeven werd aangetoond dat voor elk van deze factoren een optimaal gebied geldt, waarbij de meeste zuurstof werd geproduceerd.
Het meten van de waterwaardes is erg belangrijk. De meest interessante waarden zijn die voor de zuurgraad (pH), hardheid (KH en GH) en die van nitraat en fosfaat (NH3 en PO4). Aan de hand van deze waarden kan vaak gezegd worden wat er goed gaat in het aquarium, of juist wat niet. Stijgt bijvoorbeeld de pH waarde, dan kan dit komen omdat er veel ammoniak-achtige delen in het water zitten. Vaak blijkt dat er dan lang geen water ververst is, of dat het filter schoon gemaakt moet worden. Een dalende hardheid (het water in het aquarium is zachter dan het water uit de kraan waarmee ververst wordt) is vaak een teken van een goede plantengroei. Een hoge geleidbaarheid betekent dat er veel zouten (mogelijk afval) in het water zitten. Ook is aan de planten veel af te lezen over de waterkwaliteit: gele bladeren kunnen duiden op een laag ijzergehalte of een kaliumtekort. Blauwalgen zijn een teken van hoge fosfaatwaardes en vervuild water. Zwarte penseelalgen gaan hier vaak aan vooraf.
Bij het opstarten is het goed om te beginnen met het toevoegen van bacteriën. Deze kan je in het aquarium halen door water uit een andere goed draaiende bak te halen. Ook filtermateriaal uit deze bak, wat grind en vuil van de bodem bevatten waardevolle bacteriën. Hoe sneller de bacteriëncultuur op gang is, hoe minder kans dat algen zich ontwikkelen.
Tenslotte liet Jos Hoedeman nog plaatjes zien van zijn eigen filtersysteem. Het water werd op verschillende hoogtes uit het aquarium gehaald en kwam ook weer op verschillende plaatsen terug in de bak. Het filtersysteem was een combinatie van enkele motorfilters met een ton die diende als bioloog. Als tip gaf hij nog mee dat ook in een motorfilter iets vergelijkbaars te maken is: om en om watten en grof materiaal (als in een bioloog) in het filter stoppen en dan vooral de watten heel luchtig houden, zodat de doorstroming van het filter behouden blijft en toch veel vuil uit de waterstroom wordt tegengehouden.
| Next > |
|---|







